Zoeken
Van 19 juli tot en met 4 augustus 2023 vinden de halfjaarlijkse deformatiemetingen plaats.
Aanmeldformulier nieuwsbrief Nieuwegein
Mailinglijst Nieuwegein
Het water in vrijwel het hele watersysteem bevat in warme en droge perioden weinig zuurstof. Daardoor hebben vissen het moeilijk.
In opdracht van het waterschap gaat BouwRisk de tweede herhalingsmeting uitvoeren van eerder geplaatste meetbouten.
Mailinglist Culemborgse Veer - Beatrixsluis
Een landmeetkundige opname is bedoeld om inzicht te krijgen in de bestaande situatie en deze in kaart te brengen. Daarnaast is het van belang om duidelijk te weten welke objecten er aanwezig zijn in het plangebied. Zo zorgen we ervoor dat alle relevante aspecten verwerkt kunnen worden in het ontwerp. Hiermee stellen we opbouw en hoogte/ligging van de bodem vast.
De werkzaamheden worden of met landmeetkundige apparatuur vanaf de grond uitgevoerd of met behulp van een drone. De ondergrond wordt tijdens de metingen niet verstoord. Apparatuur moet soms per auto worden vervoerd.
De sterkte van de dijk wordt berekend met behulp van geotechnisch onderzoek. Een belangrijk onderdeel van de analyse is de bodemopbouw. De dikte van de kleilaag, het type klei in de dijk en het soort zand dat in de dijk voorkomt, bepalen voor een groot deel de sterkte van de dijk. Het meten van het draagvermogen is belangrijk om een stevige dijk te maken waar bijvoorbeeld ook het verkeer overheen kan rijden
Om dit te bepalen wordt ook grondonderzoek uit het verleden gebruikt. Maar deze onderzoeken geven vaak te weinig informatie om tot een goede beoordeling van de sterkte te komen. In die gevallen vindt aanvullend grondonderzoek plaats op en rondom de dijk.
Het geotechnisch onderzoek kan bestaan uit de volgende handelingen:
- Handboringen: Dit veldonderzoek wordt meestal uitgevoerd op en rondom de dijk. Een enkele keer is een boring nodig in het voorland (land dat grenst aan de landzijde van de dijk). In die gevallen kan iemand uw perceel moeten betreden om handmatig een boring te plaatsen. Deze boringen gaan tot maximaal 5 meter diepte. Het boorgat wordt vervolgens opgevuld en afgedicht met kleikorrels.
- Mechanische boringen: Om de juiste informatie te krijgen, zijn soms boringen dieper dan 5 meter nodig. Dat lukt niet meer met een handboring. We voeren dan mechanische boringen uit. Ook deze boringen kunnen soms op uw perceel nodig zijn. Hierbij wordt een boorstelling gebruikt om voldoende diep in de ondergrond te komen. Zo’n boorstelling rijdt vaak op rupsbanden, maar soms op een kleine truck. Het boorgat wordt na de boring opgevuld en afgedicht met kleikorrels.
- Sonderen: Een sondering meet de sterkte van de grondlagen. Een sondering gaat dieper dan een handboring en gebeurt met behulp van een kleine truck. Ook sonderen kan soms nodig zijn op uw perceel. Het boorgat wordt vervolgens opgevuld en afgedicht met kleikorrels.
Grondwaterstanden zijn van invloed op de sterkte van de dijk. Daarom willen we weten tussen welke hoogtes de grondwaterstanden variëren. Daarnaast willen we kunnen meten of deze bandbreedte na de dijkversterking hetzelfde is gebleven.
Met geohydrologisch onderzoek stellen we dus de grondwaterstanden vast en de stroming van het grondwater, zoals kwel.
Het meten van grondwaterstanden gebeurt met behulp van peilbuizen. Aan de hand van de metingen worden computermodellen gebruikt om de grondwaterstromen te onderzoeken. De peilbuizen worden regelmatig afgelezen. Dat kan handmatig gebeuren of op afstand. De peilbuizen blijven tot 3 jaar na de dijkversterking aanwezig.
Peilbuizen worden aangebracht met een handboring of een mechanische boorstelling. Vaak moeten ook peilbuizen op uw perceel worden aangebracht. Daarvoor moeten we uw perceel betreden. Waar de peilbuizen precies moeten komen, stemmen we af met de eigenaar of pachter van het perceel. Soms worden de materialen per auto aangeleverd. Dit doen we zo dicht mogelijk bij de plaats waar de peilbuis moet komen. Ook dit doen we in overleg.
Meestal worden peilbuizen afgewerkt met een afsluitbare stalen schutkoker (boven de grond). Maar sommige schutkokers zijn hinderlijk bij landbewerking of kunnen door vee beschadigd worden. In die gevallen werken we de peilbuis ondergronds af met een straatpot. Zo staat de peilbuis niet in de weg tijdens het bewerken van het land en voorkomen we schade aan de peilbuizen door vee of voertuigen.
Natuurlijk willen we de geplaatste peilbuizen ook weer terug kunnen vinden. Om dit gemakkelijker te maken markeren we de locatie van een peilbuis met een (gekleurde) houten paal. De ondergronds afgewerkte locaties worden met minimaal twee (gekleurde) houten palen gemarkeerd. Deze zijn bij voorkeur geplaatst in de rijrichting van de landbewerking en kunnen tijdens bewerking van het land tijdelijk door de eigenaar verwijderd worden.
Met het verkennend (water)bodemonderzoek gaan wij na of er sprake is van bodemverontreiniging. Op locaties waar werkzaamheden voor versterking van de Lekdijk plaatsvinden, is het vaststellen van de grondkwaliteit belangrijk. Daarmee wordt namelijk bepaald of we met de maatregelen die we nemen, kunnen voldoen aan de door het Rijk opgelegde kaderrichtlijn water (KRW). Op basis van een positieve uitslag kunnen dan vergunningen voor de ontwerpen worden aangevraagd.
Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?
De onderzoeker doet handboringen (tot 5 m diepte) of mechanische boringen (dieper dan 5 m). Daarbij neemt de onderzoeker monsters van de verschillende grondlagen. Na afloop worden de boorgaten gedicht met kleikorrels, zodat er geen gaten overblijven. Door de kleikorrels ontstaan geen zwakke plekken in de bodem.
Sommige boorgaten worden voorzien van een peilbuis waarmee ook het grondwater bemonsterd kan worden. Deze peilbuizen blijven meestal een tijdje staan (soms meerdere jaren), zodat we de grondwaterkwaliteit kunnen blijven volgen. Wanneer de peilbuizen niet meer nodig zijn worden deze opgeruimd en worden de gaten met kleikorrels opgevuld.
In sommige gevallen moeten boringen in een wegdek worden gezet. Deze boringen zijn altijd mechanisch. We onderzoeken dan ook de kwaliteit van bijvoorbeeld een laag asfalt of het puin daaronder.
Op een aantal locaties in de uiterwaarden is materiaal aanwezig om de oevers te beschermen, zoals stortsteen. Dat wordt soms op bepaalde plekken verwijderd om natuurlijke oever-erosie mogelijk te maken. Hierdoor krijgen flora en fauna de kans zich opnieuw op deze locaties te vestigen. Het onderzoek naar het oever- beschermingsmateriaal heeft als doel de oeverbescherming van de Lekdijk in kaart te brengen en de kwaliteit ervan vast te stellen.
Bij onderzoek naar oever-beschermingsmateriaal moeten proefsleuflocaties ook toegankelijk en bereikbaar zijn voor een 17-tonsgraafmachine (zie afbeelding).
Voordat we boringen doen of onderzoeksgaten of proefsleuven maken, doen wij een graafmelding bij het Kabels en Leidingen Informatiecentrum (KLIC). Hierdoor komen we de ligging van openbare kabels en leidingen te weten. Daarmee voorkomen we dat deze beschadigd raken. Hier merkt u niets van.
Dit onderzoek bestaat uit het handmatig boren of graven van proefgaten met een grondboor (edelmanboor), schep of vergelijkbaar handgereedschap. We boren meestal tot 3 meter onder het maaiveld. Deze boringen verspreiden wij over de onderzoek locaties. Daarbuiten hoeven wij geen onderzoek uit te voeren.
Uit de boringen worden grondmonsters genomen die wij in een laboratorium laten analyseren. De boorgaten werken wij meteen na het nemen van een monster weer af met de grond die uit de boorgaten komt. Er blijft geen gat of kuil achter na afwerking van de boorgaten. Medewerkers van het waterschap of (onder)aannemers rijden met een auto met aanhanger naar de boorlocatie op uw perceel. Op uw perceel zullen zij een of meerdere handboringen verrichten. Zij zijn over het algemeen niet langer dan een paar uur overdag op uw perceel aan het werk.
Via een archeologisch bureauonderzoek stellen we vast wat we in de bodem denken aan te treffen en waar. Met een archeologisch booronderzoek wordt gekeken in hoeverre de bodem nog intact is. Dat onderzoek doen we in de zones waar archeologische resten worden verwacht. Het booronderzoek is dus een veldbezoek waarbij we mogelijk uw perceel betreden. Op deze manier kunnen we inschatten of de eventueel aanwezige archeologische vindplaats wel of niet verstoord is. Om vervolgens een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden die zich in het plangebied bevinden, voeren we een archeologisch proefsleuvenonderzoek uit. Dit proefsleuvenonderzoek is bedoeld om de soort vindplaats te begrenzen.
Wat ziet of merkt de omgeving ervan?
Op basis van de resultaten van het booronderzoek kan worden bepaald of en waarproefsleuvenonderzoek nodig is.
🟧Booronderzoek: Tijdens het veldbezoek lopen projectmedewerkers over het perceel. Zij plaatsen meerdere handmatige boringen. Deze boringen worden gezet met een grondboor (Edelmanboor) met een diameter van maximaal 8 cm. De boorlocaties worden opgezocht en ingemeten door middel van een GPS. Direct na het doen van de boringen worden de gaten weer dichtgemaakt.
🟥 Proefsleuvenonderzoek: Een graafmachine graaft proefsleuven van een nog nader te bepalen omvang en diepte. De proefsleuven worden één voor één aangelegd. Als op een locatie alle proefsleuven zijn gegraven, worden deze na onderzoek dichtgemaakt. De proefsleuven blijven meestal een aantal dagen open liggen. Bij het graven van de proefsleuven wordt de teel-aarde apart gehouden van de overige grond, zodat de grond in de juiste volgorde teruggeplaatst kan worden (zie afbeelding). Wij nemen contact met u op om een extra afspraak in te plannen mocht de proefsleuf op uw perceel komen. Tijdens de afspraak leggen we uit wat u precies kunt verwachten en nemen we de verwachte schade op.
Dit onderzoek is deels een bureau onderzoek waar u niets van merkt. Deels is het een veldonderzoek. Het veldonderzoek wordt gedaan door een cultuurhistoricus. Deze historicus bezoekt het gebied en loopt erdoorheen. De gemeente is hier vaak een grote hulp, want zij weet hoe er in het verleden is omgegaan met de waarden en hoe deze in het gebied leven. Ook monumentale panden langs de dijk worden in dit onderzoek meegenomen. Op basis van het archeologisch veldonderzoek en het cultuurhistorisch bureauonderzoek dient er ‘rekening te worden gehouden met cultuurhistorische waarden’ in het gebied. Bij dit onderzoek worden ook vaak de resultaten van andere onderzoeken betrokken (zoals archeologisch onderzoek en de landmeetkundige opname)
Tijdens een veldbezoek voor cultuurhistorisch onderzoek worden foto’s gemaakt en worden historische percelen en panden bezocht.