Zoeken
Als u de mogelijkheid heeft, kunt u de bagger op uw eigen perceel plaatsen/verspreiden. Bij een gedeelde watergang kunt u het in overleg met de aangrenzende eigenaar op de andere kant plaatsen. Als dat niet mogelijk is, kunt u ervoor kiezen om de bagger af te voeren, maar daaraan zijn voor u meer kosten verbonden.
Als u zelf niet beschikt over machines, is het heel gebruikelijk om een loonwerker in de buurt te vragen om de werkzaamheden voor u uit te voeren. De kosten zijn afhankelijk van de lengte van de sloot, en of deze goed te bereiken is. Vooraf een offerte aanvragen voorkomt dat u voor verrassingen komt te staan.
Om ervoor te zorgen dat u over 4 jaar niet opnieuw wordt opgeschouwd voor dezelfde watergang raden wij aan om meer bagger te verwijderen waar mogelijk. Wij gaan uit van een baggeraanwas van 2 centimeter per jaar. Dit kan altijd per watergang verschillen. Mocht u na de baggerwerkzaamheden net voldoen aan de gestelde eisen, dan is het goed mogelijk dat u over 4 jaar opnieuw opgeschouwd gaat worden. Is er sprake van een harde zandbodem, dan geldt dit natuurlijk niet. U kan dan niet meer bagger weghalen.
Als u onderhoudsplichtig bent voor sloten waarin de krabbenscheer en-/of groene glazenmaker voorkomen, bent ook u wettelijk verplicht om deze soorten te beschermen. Dienst Regelingen en de NVWA houden hier toezicht op.
U houdt voldoende rekening met de aanwezigheid van krabbenscheer en groene glazenmaker door ook volgens onze gedragscode te werken. U vindt deze op de website van de Unie van Waterschappen (uvw.nl). Wij verzoeken u nooit meer dan de helft van die planten in een sloot te verwijderen. Zorg dat er voldoende grotere (oudere) planten met brede bladeren aanwezig zijn en verwijder minimaal twee jaar later pas weer maximaal de helft. U kunt de krabbenscheerplanten het beste pas in het najaar verwijderen. Baggeren kunt u het beste met een baggerspuit doen. De zuigmond gaat dan onder de krabbenscheerplanten door, zonder ze te beschadigen.
Meest gestelde vragen over agrarische activiteiten lans water of een dijk
Op de afbeelding ziet u een sloot tussen twee percelen. De insteek bepaald u door 2 stokken te gebruiken, waarbij u de eerste stok langs het talud legt en de tweede stok op het maaiveld, zoals weergegeven op de afbeelding. Het snijpunt van de twee stokken wordt de insteek genoemd.

Het talud is het deel van het perceel dat van het maaiveld schuin tot aan de watergang loopt.
Voorbeelden van insteek en bemesten
De teeltvrije zone beperkt dat er verontreinigende stoffen in oppervlaktewater terecht komen. De teeltvrije zone heeft een vangnet functie, omdat niet altijd de beoogde driftreductie wordt gehaald en het vermindert afspoeling van meststoffen naar het oppervlaktewater.
De teeltvrije zone begint bij de insteek van de watergang en loopt tot het hart van de eerste gewasrij. De breedte van de teeltvrije zone verschilt per gewas. Op deze pagina kunt u onder het blok "Wet- en regelgeving" de actuele afstanden vinden. Let op !! een teeltvrije zone en een bufferstrook zijn twee verschillende stroken ze kunnen elkaar in de praktijk overlappen. De breedte van de teeltvrije zone wordt bepaald door het gewas wat wordt geteeld. De breedte van de bufferstrook wordt bepaald door de RVO.
Er geldt een zorgplicht voor agrarisch werk aan het water, op het water en aan de dijk. Dit betekent onder andere dat u verplicht bent bij schade of vervuiling zo snel mogelijk een melding te maken bij de wachtdienst. Melden van incident of overlast - HDSR
Tip
Voorkom dat mest, door verplaatsing van de sleepslang met de sloot in aanraking komt.
Een teeltvrije zone is een strook land naast de watergang. Deze zone mag niet worden bespoten en bemest. Uitzondering binnen de teeltvrije zone is alleen onkruidbestrijding met een afgeschermde spuitkop. , Het verbod op bemesten geldt voor het uitrijden en niet voor de uitwerpselen van bijvoorbeeld koeien. In de teeltvrije zone mogen wel gewassen aanwezig zijn, anders dan het hoofdgewas. De breedte van een teeltvrije zone begint bij de insteek van de watergang tot aan het hart van het gewas. De breedte van de teeltvrije zone verschilt per gewas.
Als het perceel langs een ecologisch waardevolle beek ligt, dan geldt altijd een teeltvrije zone van 500 centimeter. Het water in de beek geniet een bijzondere bescherming vanwege de ecologische betekenis. Deze beken zijn aangewezen in artikel 3 Uitvoeringsbesluit meststoffenwet.
Een braakliggend perceel heeft een teeltvrije zone van tenminste 50 cm van de insteek van een watergang.
Spuiten en bemesten langs de teeltvrije zone
Op de strook gelegen naast de teeltvrije zone moet gebruik gemaakt worden van kantdoppen. De doppen moeten ervoor zorgen dat alleen neerwaarts wordt gespoten en niet zijwaarts. De doppen mogen maximaal 50 cm boven het gewas of de kale grond zijn.
Bij de toepassing van korrelvormige of poedervormige meststoffen, moet een kantstrooivoorziening worden gebruikt in de zone direct naast de teeltvrije zone. De kantstrooivoorziening moet ervoor zorgen dat verspreiding naar oppervlaktewater wordt voorkomen. Door schuinstelling van de voorziening en het uitzetten van de strooischijven kan dit worden bereikt.

Voor het bemesten op een waterkering/dijk gelden regels om de veiligheid en stabiliteit van onze waterkeringen te beschermen. Meer informatie hierover vindt u onder het blokje "Wet- en regelgeving".
Handhavers van het waterschap controleren op de wet- en regelgeving. Bij sprake van een overtreding kan het waterschap bestuursrechtelijk of strafrechtelijk handhaven.