HDSR

Zoeken
Zoek op alfabet

Maaien met oog voor de omstandigheden en de natuur

Het waterschap volgt bij het maaien van watergangen niet meer een kalenderplanning (vaste momenten in het jaar). In plaats daarvan bekijken we per afzonderlijke plek hoe vaak per jaar maaien noodzakelijk is en passen we de maaimomenten daar op aan. Dit noemen we toestandsafhankelijk maaien.

Wat betekent dit voor u?

Hoewel dus niet langer van tevoren vast staat wanneer we individuele watergangen gaan maaien, kunnen we op basis van onze ervaring wel een planning maken. En dat doen we dan ook. Zijn we eenmaal ergens begonnen met maaien, dan duurt het ongeveer 3 weken voordat het betreffende gebied is afgewerkt. Op de maaikalender kunt u voor ‘uw’ watergang(en) raadplegen wanneer deze aan de beurt is/zijn.

Wat betekent dit voor omwonenden en recreanten?

We streven ernaar om de hinder voor omwonenden, recreanten en de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Soms maaien we ook de kanten mee. U kunt dan langs de waterkant enige hinder ondervinden, omdat het maaisel op de kant wordt gelegd. Bijvoorbeeld op een plek waar gevist wordt. Op plaatsen waar het maaisel wordt afgevoerd wordt het eerst op grote hopen verzameld. Deze hopen blijven hooguit enkele dagen liggen, zodat het water eruit kan lopen. Daarna worden ze afgevoerd.

Er zijn ook plaatsen waar wij vanuit ecologisch en/of bedrijfskundig oogpunt de kanten bewust niet meer jaarlijks maaien. Op deze plaatsen blijft het riet in de herfst staan.

Tijdens het maaien wordt het water omgewoeld. Hierdoor kan het even troebel zijn en blijven er soms (delen van) waterplanten drijven (drijfvuil).

In de Kromme Rijn liggen opvangschermen (vlotten) om drijfvuil, zoals maaisel, op te vangen. Daar wordt het uit het water gehaald en op de kant gelegd, voordat het wordt opgehaald en afgevoerd. Deze vlotten zijn niet te passeren met de kano of ander vaartuig. U dient deze via de kant te passeren.

Wat betekent dit voor plant en dier?

Het waterschap heeft de plicht heeft om de leefgebieden en de bescherming van beschermde soorten goed in beleid te verankeren. In onze maaiplanning- en werkzaamheden houden we zoveel mogelijk rekening met plant en dier. We werken daarom volgens werkprotocollen. Voor het schonen van sloten betekent dit concreet dat in onderhoudsplannen en bestekken van aannemers staat welke werkwijze wordt gehanteerd.

Wat ziet u daarvan in het veld?

Het werken volgens de werkprotocollen leidt ertoe dat we

  • gedeelten van de vegetatie laten staan. Dit is belangrijk voor onder meer het voedsel, de dekking en de eiafzetplaats van dieren.
  • de eerste maaibeurt uitstellen, als het kan tot na de voortplantingsperiode van beschermde dieren.
  • niet maaien bij zeer hoge watertemperaturen. Dit om zuurstofloosheid in de watergangen te voorkomen.
  • het maaisel langer op de kant laten liggen. We geven dieren zo de gelegenheid terug naar de watergang te kruipen.
  • vissen en zoetwatermossels die met het maaisel op de kant zijn gekomen, terugzetten in de watergang. Zoetwatermossels zijn onmisbaar bij de voortplanting van de beschermde bittervoorn.
  • broedende vogels en hun nesten opsporen en beschermen.

Maaimethodes

Het maaien van watergangen gebeurt grofweg op twee verschillende manieren. De meest voorkomende is vanaf de kant. Als de watergang moeilijk bereikbaar is voor een tractor of kraan, wordt een maaiboot ingezet. Het maaien vanaf de kant gebeurt meestal met een kraan of trekker met een maaikorf. De maaikorf maait de waterplanten en gelijktijdig worden de gemaaide waterplanten uit de waterkant gehaald en op de kant gelegd.

Een maaiboot maait de waterplanten waarna deze boven komen drijven. De drijvende waterplanten worden vervolgens verzameld en op de kant gezet. Dit gebeurt door de maaiboot, met opvangschermen waarbij een kraan de waterplanten eruit schept of door de krooshekreiniger bij het gemaal.