Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden past de waterschapsverordening aan

Recent heeft ons dagelijks bestuur een ontwerpbesluit vastgesteld om de Waterschapsverordening te wijzigen. Hiermee worden de regels aangescherpt om de waterkwaliteit te beschermen en te voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW).

Een aantal van deze aanpassingen heeft mogelijk gevolgen voor agrarische activiteiten. In deze brief leest u wat de recente aanpassingen voor de agrarische sector betekenen.

Wat is de Waterschapsverordening?

In de Waterschapsverordening Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden staan de regels van ons waterschap. Het gaat om regels over watergangen, waterkeringen, grondwater en het lozen van stoffen op oppervlaktewater of een rioolwaterzuiveringsinstallatie. De verordening wordt regelmatig aangepast en/of aangevuld.

Waarom deze aanscherping?

De aanpassingen die nu voor liggen, gaan over het lozen van afvalwater en het onttrekken van oppervlaktewater. Deze activiteiten kunnen negatieve gevolgen hebben voor de ecologische waterkwaliteit en voor vissen en waterdieren. Met de wijzigingen zorgen we dat deze activiteiten geen achteruitgang veroorzaken.

Wat verandert er voor specifieke agrarische activiteiten?

Onttrekken van oppervlaktewater

  • Twee nieuwe algemene regels:
  • Beperk de instroomsnelheid bij het innamepunt tot 0,15 m/s.
  • Voorkom dat het waterpeil niet verder zakt dan 5 cm.
  • Onttrekkingen zijn niet toegestaan bij vispassages, door het waterschap aangelegde natuurvriendelijke oevers en in kwetsbaar water zonder omgevingsvergunning.

Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen

  • Lozingsnormen van het vrijkomende water worden aangescherpt.
  • Lozing is alleen toegestaan als lozen op de bodem (verspreiden op perceel) of via het vuilwaterriool niet mogelijk is, zoals ook het geval is bij de rijksregels.
  • Deze lozing is niet toegestaan bij vispassages, door het waterschap aangelegde natuurvriendelijke oevers en in kwetsbaar water zonder omgevingsvergunning.

Wat betekent dit?

Onttrekken van oppervlaktewater

Als het pompdebiet hoog is, kan de instroomsnelheid bij een slang zonder bescherming boven de norm van 0,15 m/s komen. Wanneer het pompdebiet niet (voldoende) kan worden verlaagd kunt u de instroomsnelheid verkleinen door het innamepunt groter te maken met een beschermende korf. Bij gebruik hiervan, geldt de buitenkant van de korf als innamepunt. Hoe groter het oppervlak van de korf, hoe lager de instroomsnelheid.

Als voorbeeld: bij een oppervlaktewateronttrekking met een debiet van 50 m³/u is een bolvormige korf met een diameter van 40 cm voldoende. Bij een debiet van 100 m³/u is dat een korf van 50 cm.

Voor de volgende situaties verandert er niets:

  • Het onttrekken van oppervlaktewater voor nachtvorstschadebestrijding; hiervoor geldt nu al een vergunningplicht;
  • Het aanleggen van een WIS-systeem, hiervoor geldt nu al een vergunningplicht; en
  • Onttrekkingen die plaatsvinden in het kader van de onderhoudsplicht, zoals bij het gebruik van een baggerspuit.


Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen

De voorkeursvolgorde voor de lozing bij deze activiteit is verspreiden over het perceel of het lozen op het riool. De wijziging heeft geen invloed wanneer het afvalwater via deze routes geloosd wordt. Wanneer het afvalwater wel wordt geloosd op oppervlaktewater gelden aangescherpte lozingseisen.

Wat verandert er op specifieke locaties?

In bijlage 2 van de waterschapsverordening zijn nieuwe kaarten opgenomen van kwetsbare wateren, vispassages en natuurvriendelijke oevers. Een lozing of oppervlaktewateronttrekking binnen deze werkingsgebieden is niet toegestaan zonder omgevingsvergunning.

Kwetsbare wateren

Dit zijn wateren die gevoelig zijn voor veranderingen in waterkwaliteit. Dat kan komen door bijzondere ecologie, de inrichting van het gebied of functies zoals natuur- of zwemwater. Een lozing of oppervlaktewateronttrekking op deze plekken vereist een maatwerkbeoordeling en is daarom niet toegestaan zonder omgevingsvergunning.

Hier ziet u de kwetsbare wateren op de kaart: Kwetsbare wateren.

Vispassages en vismigratiepunten

Vispassages zorgen ervoor dat vissen zich vrij kunnen verplaatsen tussen wateren, wat belangrijk is voor een gezonde waternatuur. Activiteiten zoals lozingen en onttrekkingen kunnen deze werking verstoren. Daarom geldt voortaan binnen 50 meter van een vispassage een vergunningplicht.

Hier ziet u de vispassages en vismigratiepunten op de kaart: Vispassages en vismigratiepunten.

Natuurvriendelijke oevers

Deze oevers verbeteren de ecologische toestand van watergangen en dragen bij aan het behalen van KRW-doelen. Binnen een natuurvriendelijke oever geldt een vergunningplicht voor lozingen en onttrekkingen die normaal onder algemene regels vallen. Hieronder vallen alleen de natuurvriendelijke oevers die worden aangelegd door het waterschap als KRW-maatregel. Voor natuurvriendelijke oevers die worden aangelegd door agrariërs in het kader van agrarisch natuurbeheer vallen niet onder deze kaart en de vergunningplicht voor lozingen en onttrekkingen.

Hier ziet u de natuurvriendelijke oevers op de kaart: Natuurvriendelijke oevers.

Ter inzage en zienswijze

Het ontwerpbesluit met bijlagen ligt van 2 januari t/m 13 februari 2026 ter inzage. Tijdens deze periode kan iedereen die een belang heeft bij deze regels, een zienswijze indienen.  Het besluit en toelichting staan op onze website: Nieuwe en aangescherpte regels voor waterkwaliteit en lozingen - HDSR. Hier staat ook hoe u een zienswijze kunt indienen.


Meer weten?

Meer informatie vindt u op onze website: Nieuwe en aangescherpte regels voor waterkwaliteit en lozingen

Bekijk hier de officiële bekendmaking en wijze van inspraak: Waterschapsblad 2025

Voor vragen of aanvullende informatie kunt u contact opnemen met de collega's van Procesbeheer van het waterschap: 030-2097358, [email protected].