Zoeken
Het verwijderen van de waterplanten kan tijdelijk wat overlast geven, maar in het algemeen valt dat mee.
Wat u wel merkt is dat het nodig is om extra planten langs de oever te verwijderen. Dat zijn ook planten die anders blijven staan. Een voorbeeld hiervan zijn rietoevers. Om een goed beeld te krijgen van de plekken waar de exotische waterplanten groeien, is goed zicht op het water heel belangrijk. Dikke rietoevers bemoeilijken dat enorm.
Na de werkzaamheden groeit het riet weer terug.
Dit kan een aantal maanden duren. Het is afhankelijk van de hoeveelheid exoten die we weg moeten halen.
Dat gebeurt in de eerste ronde met een machine. Als het vanaf het water kan, gebruiken we een maaiboot die de onderwaterplanten wegsnijd met een mes. Soms werken we vanaf de kant met een trekker met een maaikorf eraan.
In de tweede ronde gaan we alle gemaaide plekken nog een keer langs. Dan verwijderen we de achtergebleven planten(resten) met de hand.
Dat hangt af van de hoeveelheid waterplanten en de grootte van de wijk. In De Tol zijn we ca. vier maanden bezig. En volgend jaar komen we terug om te kijken of de exoot terug is. Is dat het geval, dan verwijderen we ze opnieuw.
In sommige grote en ondiepe plassen, kiezen waterkwaliteitsbeheerders er soms voor om de waterplanten te laten staan. Reden hiervoor is dat ze sneller gaan groeien als je ze weghaalt en je dan andere, goede soorten ook weghaalt.
In Utrecht kiezen we er wel voor om de waterplanten weg te halen. De waterkwaliteit en de aan- en afvoer van water is daarbij gebaat.
Om ervoor te zorgen dat de goede planten blijven staan, zijn de sloten uitgebreid in kaart gebracht. Ook gaan we de werkzaamheden ieder jaar herhalen en opnemen in het reguliere maaionderhoud van de gemeente.
Na de zomer informeren wij u via een tussentijdse update over de voortgang.
Het maaien van een watergang (een sloot, wetering of rivier) houdt in dat de overtollige waterplanten die in de watergang groeien, worden gemaaid.
Een teveel aan waterplanten zorgt ervoor dat het water minder goed kan stromen. Het water blijft dan vaak stil staan en dan komt er minder zuurstof in het water. Dat is slecht voor de waterkwaliteit en voor de overige planten en dieren die erin leven.
- Gedeelten van de vegetatie blijven staan. Dit is belangrijk voor onder meer het voedsel, de dekking en de ei-afzetplaats van dieren.
- Het waterschap kan de eerste maaibeurt uitstellen tot na de voortplantingsperiode van beschermde dieren.
- We houden rekening met maaien bij zeer hoge watertemperaturen. Dit om zuurstofloosheid in het water zo veel mogelijk te voorkomen.
- Het maaisel blijft langer op de kant liggen. We geven dieren zo de gelegenheid terug naar de watergang te kruipen.
- Het waterschap spoort voor het maaien broedende vogels en hun nesten op en beschermt ze.
Het waterschap is verantwoordelijk voor het maaien van natte gedeeltes van de watergangen, terwijl de droge gedeeltes vaak door aangrenzende eigenaren (bijvoorbeeld boeren of gemeenten) worden gemaaid.
Na het maaien blijft het maaisel vaak een paar dagen op de kant liggen. Dat gebeurt bewust. Kleine waterdieren zoals kikkers, larven en insecten kunnen zo terug het water in kruipen.
Het op de kant leggen van het maaisel is toegestaan dankzij de zogenaamde gedoogplicht: eigenaren of gebruikers van gronden die langs het water liggen zijn op grond van de Omgevingswet verplicht om maaiselte ontvangen. Meer informatie vindt u hier: Gedoogplicht ontvangst maaisel en baggerspecie | Informatiepunt Leefomgeving
In het werkgebied van het waterschap ligt ruim elfduizend kilometer aan watergangen. Het waterschap onderhoudt de meest belangrijke watergangen zelf (ruim vijftienhonderd kilometer). Voor de kleinere sloten zijn de aangrenzende eigenaren onderhoudsplichtig.
Ecologisch maaien houdt in dat we rekening houden met planten en dieren, door bijvoorbeeld vegetatie langer te laten staan, het maaien uit te stellen tot na het broedseizoen, of het maaisel langer op de kant te laten liggen (zodat kleine waterdieren terug kunnen kruipen).
Rivierkreeften eten onder andere veel waterplanten en kunnen hiermee de waterkwaliteit beïnvloeden. Omdat rivierkreeften het evenwicht in het ecosysteem verstoren, passen we ons maaibeleid hierop aan. We maaien vaak minder op plekken waar veel rivierkreeften zitten, omdat hier de hoeveelheid waterplanten al veel is afgenomen. Op deze manier proberen we verdere schade aan de natuur en de waterkwaliteit te voorkomen.
Elke watergang is anders, en de omstandigheden veranderen continu. We passen ons maaibeleid per gebied aan, afhankelijk van de situatie ter plaatse.
Het maaisel wordt tijdelijk op de kant gelegd of direct afgevoerd, afhankelijk van de situatie. Het maaien gebeurt meestal vanaf de kant met een kraan of trekker met maaikorf. Is de sloot moeilijker bereikbaar, dan gebruiken we een maaiboot. De gemaaide, drijvende planten worden met opvangschermen of een kraan op de kant gelegd. Het waterschap werkt samen met aannemers die volgens onze richtlijnen maaien.