Zoeken
Samen werken aan een klimaatbestendige leefomgeving.
Veel gestelde vragen regels klimaatadaptief bouwen
Een van de belangrijkste klimaatgevolgen waar we regels voor opnemen in de waterschapsverordening is wateroverlast. Uit de KNMI-scenario’s (2023) blijkt dat regenbuien steeds heviger worden. Daardoor neemt het risico op wateroverlast toe.
Na nieuwe KNMI-scenario’s (2023) hebben waterschappen, gemeenten, provincies en bouwers intensief samengewerkt aan duidelijke doelen en richtlijnen voor klimaatbestendig bouwen, zowel regionaal als landelijk. Dit heeft geleid tot de landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving en het convenant toekomstbestendig bouwen. Door de Unie van waterschappen, in afstemming met IPO en VNG is een uniform kader voor het onderdeel wateroverlast opgesteld.
Bij nieuwbouw komt er vaak meer bestrating of bebouwing. Daardoor kan regenwater minder goed in de grond wegzakken en stroomt het sneller naar sloten en kanalen. Omdat al dat water in korte tijd in het watersysteem terechtkomt, kan het systeem die hoeveelheid niet altijd snel genoeg verwerken. Hierdoor stijgt het waterpeil en neemt de kans op wateroverlast toe. Daarom moeten initiatiefnemers de extra verharding compenseren, bijvoorbeeld met groene daken, wadi’s of door extra open water aan te leggen.
Het uitgangspunt is een extreme bui die eens per 100 jaar voorkomt en één uur duurt, gebaseerd op de KNMI’23-klimaatscenario’s (Hoge uitstoot, nat, zichtjaar 2100). Volgens de neerslagstatistieken betekent dit 71 mm regen. Daarom is in de regels opgenomen dat minimaal 71 mm waterberging moet worden gerealiseerd.
STOWA/ HKV Neerslagstatistieken:
