Regionale keringen

De regionale waterkeringen beschermen de polders tegen het water in de hoger gelegen boezems. Het waterschap beheert 316 kilometer van deze keringen, zoals de kaden langs de Wiericke en de Grecht. De regionale keringen zijn heel verschillend van karakter. Op sommige plekken, zoals langs de Wierickes en de Grecht, zijn ze duidelijk herkenbaar. Op andere plekken is dat veel minder het geval: er ligt bijvoorbeeld een weg op de kering of er staan huizen op.

Normen

Voor de regionale keringen zijn normen vastgesteld, die afhankelijk zijn van het risico op economische schade na het bezwijken van de waterkering (Dijk of kade. Heeft als functie het water van een rivier of kanaal tegen te houden en te zorgen dat dit niet in het achterland terecht komt). Hoe groter de gevolgen van een breuk in de kering, hoe hoger de veiligheidsklasse. Een kering die een woonwijk beschermt heeft daardoor een strengere norm dan een kering die een polder met weiland beschermt. De provincies stellen de normen vast en zien er op toe dat het waterschap er aan voldoet.

Toetsing

Het waterschap is verplicht om regelmatig te toetsen of de regionale keringen voldoen aan de normen. In juni 2012 is dit voor het laatst gebeurd. In de polders die beschermd worden door dijken die niet voldoen, bestaat geen direct gevaar. Wèl is het waterschap extra alert bij zware omstandigheden, zoals langdurige regenval en extreme droogte. Jaarlijks rapporteren we over de staat van de primaire en regionale keringen; zie de pagina Veilige dijken.

Legger (Verzameling kaarten waarin voor elke watergang, kade en dijk is vastgelegd wie er onderhoudsplichtig is: het waterschap of bijvoorbeeld een particulier?)

De ligging van en de omvang van de regionale waterkeringen is in 2011 vastgelegd in de Legger regionale waterkeringen.