HDSR

Zoeken
Zoek op alfabet

Derde toetsing primaire keringen

Het waterschap is verplicht om elke zes jaar een toetsing van de primaire keringen uit te voeren en de resultaten te rapporteren aan het Rijk. De laatste keer gebeurde dat in 2010. In 2013 vond de 'Derde verlengde toetsing' plaats. Daarin zijn de trajecten die in 2010 nog het predicaat onvoldoende of geen oordeel kregen, nogmaals getoetst.

Resultaten derde toetsing Lekdijk Amerongen tot Nieuwegein (dijkring 44)

Op het traject van de Lekdijk tussen Amerongen en Nieuwegein (bijna dertig kilometer) ging het in 2010 om twee plekken die onvoldoende scoorden (ruim twee kilometer): bij Schalkwijk en bij Tull en ’t Waal was de stabiliteit van het binnentalud onvoldoende. Dit heeft te maken met de opbouw van de ondergrond, waarin veenlagen zijn aangetroffen. Het waterschap heeft nader onderzoek gedaan en preciezer bekeken of de veenlagen zich over de gehele lengte van de betreffende dijkvakken uitstrekken. Dit was nodig om te kunnen bepalen of en over welke lengte er binnendijks een extra steunberm moest worden aangelegd. Het onderzoek is inmiddels uitgevoerd en het blijkt dat geen aanvullende maatregelen nodig zijn.

Resultaten derde toetsing Lekdijk Nieuwegein tot Schoonhoven (dijkring 15)

De Lekdijk is op dit traject (bijna 22 km) vrijwel geheel in orde; over circa 400 m was het oordeel in 2010 onvoldoende:

Op twee plaatsen, bij Jaarsveld en bij ’t Klaphek, kalfde het buitentalud van de Lekdijk af. De rivier de Lek heeft daar haar loop verlegd richting dijk. Op beide plekken heeft het waterschap de oever teruggelegd door zand aan te brengen en het voorland gerepareerd; het proces van afkalving ging echter voort en daarom hebben beide plekken het oordeel onvoldoende gekregen. Inmiddels is hier een oeververdedigingsconstructie aangelegd.

Op het traject van de Lekdijk tussen Nieuwegein en Schoonhoven ging het om vijf plekken die niet voldeden en waar het waterschap nader onderzoek heeft gedaan of maatregelen heeft getroffen. De sluiting van de in- en uitlaat van gemaal De Koekoek, die in de Lekdijk ligt, moet volgens de toetscriteria tweemaal per jaar geïnspecteerd worden en eenmaal per jaar getest worden. Dit was nog niet het geval. Het waterschap heeft hier inmiddels protocollen voor opgesteld. Ditzelfde geldt voor de inlaat in de Oude Sluis (Gemeentesluis) in Vreeswijk (Nieuwegein).

Bij de Rijkshulpschutsluis in Vreeswijk (Nieuwegein) was er onduidelijkheid over de constructie van de sluis in relatie tot de dijk. Kan daar bij hoog water kwelwater onder de dijk door stromen? Of zit er een damwand die dit voorkomt? Het waterschap heeft archiefonderzoek en aanvullend onderzoek gedaan. Hieruit blijkt dat de sluis voldoet aan de normen. In het toetsrapport van de Verlengde Derde Toetsing Lekdijk staat meer informatie.

Resultaten derde toetsing noordelijke Hollandse IJsseldijk en Meerndijk (dijkring 14)

Naast de Lekdijk ligt in het gebied van De Stichtse Rijnlanden nog een andere primaire waterkering: de noordelijke Hollandse IJsseldijk en Meerndijk. Deze dijk speelt alleen een rol als extra barrière voor het geval de Lekdijk doorbreekt. Over de gehele lengte scoort deze onvoldoende omdat hij veel te laag is.

In juni 2010 vroeg dijkgraaf Patrick Poelmann hier al aandacht voor, hij deed de suggestie om de functie van deze dijk te wijzigen en een discussie over het stelsel van dijken en dijkringen te starten. Een mogelijke oplossing is het ophogen van de Lekdijk met twintig tot dertig centimeter. Inmiddels is de dijk onderdeel van studie binnen het Deltadeelprogramma Veiligheid.

Procedure van de derde toetsing

De waterschappen toetsen elke zes jaar de primaire waterkeringen in hun gebied. Zij verzenden de resultaten van een toetsronde naar de provincies, in het geval van De Stichtse Rijnlanden naar de provincies Utrecht en Zuid-Holland. De provincies voegen de resultaten samen per dijkring en brengen verslag uit aan het Rijk. Het Rijk bepaalt welke dijkringen of –vakken eerst aangepakt worden en financiert de dijkverbetering. De waterschappen voeren deze uit.