HDSR

Zoeken
Zoek op alfabet

Afzet van bagger

Bij het uitbaggeren van een watergang komt bagger (specie) vrij. Afhankelijk van de mate van verontreiniging kunnen we bagger:

Verspreiden op de kant

Verspreidbare bagger wordt, als er voldoende ruimte is, langs het water op de oever gelegd. Bagger op de kant zetten heeft voordelen ten opzichte van het afvoeren van bagger naar een baggerdepot. Er hoeft bijvoorbeeld niet met zwaar materiaal door de wijk te worden gereden. Daarnaast levert het een financieel voordeel op: minder transport betekent ook minder kosten. Uiteraard verwijderen we wel eerst alle niet natuurlijke materialen zoals planken, stenen, plastic en metalen. Ook grote takken halen we eruit. De rest droogt na verloop van tijd in. De ingedroogde bagger verdelen we uiteindelijk over de oever. Daarna zaaien we de oever opnieuw in. Omdat voor het afzetten van bagger op de kant veel ruimte nodig is, is het vaak alleen mogelijk bij watergangen in het landelijk gebied.


Bij het baggeren van watergangen in stedelijk gebied is deze ruimte er vaak niet. Alle bagger, schoon en verontreinigd, moet dan worden afgevoerd en opgeslagen in depots. Verspreidbare, schone bagger kan worden opgeslagen in een tijdelijk depot in de buurt van een baggerlocatie. In zo’n tijdelijk depot kan de bagger ontwateren. Zo wordt het volume van de bagger beperkt. Verontreinigde bagger moet opgeslagen worden in een zogenaamd doorgangsdepot. Als het waterschap in een dorp of wijk de watergangen gaat uitbaggeren, wordt gekeken of het mogelijk is om in de nabijheid van het project een tijdelijk depot te realiseren.

Het opslaan van bagger in depots

Tijdelijke depots bij een project

Het waterschap vervoert de bagger indien mogelijk met buizen naar een tijdelijk depot. In het depot kan de bagger ontwateren. Het ontwateren gebeurt door verdamping en met behulp van een drainagesysteem. Na dit proces, dat gemiddeld 12 maanden duurt, wordt de schone grond verwerkt of afgevoerd. Vervolgens wordt het depot ontmanteld en het terrein in de oorspronkelijke staat teruggebracht. Voordeel van zo’n depot is dat er een afzetmogelijkheid is voor de bagger (zonder depot kan er vaak niet gebaggerd worden). Bovendien bespaart het waterschap fors op dure transportkosten over de weg.

Doorgangsdepots

Het waterschap is vaak op zoek naar locaties voor depots waar gedurende een langere periode bagger kan ontwateren: doorgangsdepots. Vergunningen voor doorgangsdepots worden vaak aangevraagd voor een periode van 10 jaar.

Behalve verspreidbare (schone en lichtverontreinigde) bagger, kan er in doorgangsdepots ook verontreinigde bagger worden opgeslagen. De opslag voor verontreinigde bagger moet aan strenge (milieu)eisen voldoen. Zo wordt er onder in het depot een speciale folie aangebracht om het weglekken van verontreinigingen naar het grondwater te voorkomen. In het beheersgebied van De Stichtse Rijnlanden liggen twee doorgangsdepots, depot ’t Klaphek bij de rwzi Nieuwegein, en depot Willige Langerak in de gemeente Lopik.

Storten

Verontreinigde bagger waarvoor geen depot voorhanden is biedt het waterschap aan marktpartijen aan. Hier wordt de bagger gestort of verbrand.


Vergunningsprocedures

De aanleg van een depot is vaak een kwestie van een lange adem. Bij een tijdelijk depot gaat de voorkeur uit naar een locatie zo dicht mogelijk bij de uit te baggeren watergangen. Hierbij spelen criteria als bodemsoort, gebruik, ontsluiting van het terrein en hydrologie een rol.

Als een geschikte locatie gevonden is, start het wettelijke traject: het aanvragen van de benodigde vergunningen en het doorlopen van de vergunningprocedures. Voor een baggerdepot zijn vergunningen nodig van zowel de gemeente als de provincie. Soms is ook een vergunning nodig in het kader van de ruimtelijke ordening (bij een wijziging van het bestemmingsplan). In al deze gevallen kunnen belanghebbenden zienswijzen of bezwaren indienen tegen de komst van een depot. Een uitgebreide vergunningprocedure neemt al snel een half jaar in beslag. Zodra de benodigde vergunningen zijn verleend, kan de aanleg van het depot beginnen.

De vooroordelen van baggerdepots

Hoewel het rijpen van baggerspecie in een (tijdelijk) baggerdepot een zeer geschikte methode is voor de verwerking van baggerspecie, is het voor het waterschap moeizaam om depots te realiseren. Aan de ene kant zorgen lange vergunningsprocedures voor oponthoud, maar ook bedenkingen van omwonenden over de komst van een depot zijn vaak een struikelblok voor realisatie.

Bewoners twijfelen bijna nooit aan het nut en de noodzaak van het baggeren. Maar bijna niemand is blij met de aanleg van een baggerdepot in hun directe woonomgeving. Ze vrezen dat een baggerdepot gaat stinken, ongedierte trekt of dat het vullen van het depot geluidsoverlast met zich mee brengt.

De aanleg van meer dan vijftig baggerdepots in zowel stedelijk als landelijk gebied hebben zowel het waterschap en de direct omwonenden van tijdelijke depots geleerd, dat de gevreesde overlast nagenoeg geheel uit blijft. Een baggerdepot stinkt niet en de angst voor ongedierte blijkt ook niet terecht.