HDSR

Zoeken
Zoek op alfabet

Wordt er water geloosd op oppervlaktewater?

Lozen van (afval)water op oppervlaktewater (kwalitatief)

Lozingen afkomstig van een inrichting zijn geregeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Onder het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) vallen lozingen van particuliere huishoudens. Lozingen die niet afkomstig zijn van een particulier huishouden of van een inrichting vallen onder het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi). In de hiervoor genoemde besluiten is geregeld of voor een lozing een melding nodig is of niet.

Gaat het om het lozen op oppervlaktewater waarvoor de vergunningplicht volgens de Waterwet niet expliciet is opgeheven in een van deze besluiten? Dan is altijd een watervergunning nodig (artikel 6.2 van de Waterwet).

Meer info en direct regelen:

Lozen kwantitatief (hoeveelheid):

In de Keur (artikel 3.9) is opgenomen dat het (zonder watervergunning) verboden is om water te lozen op oppervlaktewater. Voor het waterschap is het van belang dat de bergingscapaciteit en de doorstroming van het oppervlaktewater waarop wordt geloosd, niet in gevaar komen. Om schadelijke gevolgen aan de waterhuishouding te voorkomen worden normen gesteld aan de hoeveelheid te lozen water.

Als bij het lozen van bronneringswater wordt voldaan aan de algemene regel (zie Algemene regels Keur nr. 9) kan met een melding worden volstaan. In overige gevallen is voor het lozen (kwantitatief) een watervergunning nodig.

Meer info en direct regelen:

Aanleggen van een uitstroomvoorziening

In de Keur (artikel 3.3) is opgenomen dat (zonder watervergunning) geen werken geplaatst mogen worden in watergangen en bijbehorende beschermingszones. In de legger oppervlaktewater staat aangegeven waar de watergangen en bijbehorende beschermingszones liggen. Er is onderscheid gemaakt in primaire, secundaire en tertiaire watergangen. Meer informatie hierover is terug te vinden via de links in de rechterkolom.

Voor het aanleggen en hebben van een uitstroomvoorziening geldt een algemene regel (zie Algemene regels Keur nr. 13). In de algemene regel voor het aanleggen en hebben van een uitstroomvoorziening is onderscheid gemaakt tussen primaire en secundaire watergangen en tertiaire watergangen. Voor primaire en secundaire watergangen is het van belang dat de uitstroomvoorziening zichtbaar is. Hierdoor worden problemen bij het onderhoud van de watergangen voorkomen. Ook wordt voorkomen dat de uitstroomvoorziening beschadigt tijdens onderhoudswerkzaamheden. Verder is het belangrijk dat uitspoeling van taluds en bodem wordt voorkomen. Voor uitstroomvoorzieningen in tertiaire watergangen zijn geen voorwaarden opgenomen. Voor een uitstroomvoorziening is geen melding of vergunning nodig als aan de algemene regel wordt voldaan.

Meer info en direct regelen:

Drainage

In de Keur (artikel 3.9 en 3.10) is opgenomen dat het ontwateren van gronden met drainagemiddelen (zonder vergunning) verboden is in door het waterschap aangegeven gebieden (zie de link naar de kaart in de rechterkolom). Het doel van dit beleid is om verdere verdroging en bodemdaling tegen te gaan. In enkele gevallen is drainage in deze gebieden wel toegestaan. Hiervoor is een watervergunning nodig.

Meer info en direct regelen: