Doelen en gebied

Het gebied

De streek rond Kamerik en Kockengen bestaat hoofdzakelijk uit veenweide, met melkveehouderij als belangrijkste agrarische activiteit. Gebouwen en bedrijven liggen met name binnen de beide dorpen en in de cultuurhistorisch waardevolle bebouwingslinten.

Het plangebied, dat is gelegen binnen de gemeenten Woerden en Stichtse Vecht, bevindt zich circa 2 meter onder NAP. De waterhuishouding in deze laag gelegen regio is kenmerkend voor de ontginningsmethode van de vroege middeleeuwen. Tussen de langgerekte kavels liggen scheisloten die in contact staan met brede weteringen. Vanuit de weteringen wordt overtollig water opgepompt naar het boezemsysteem van de Oude Rijn. Bij watertekort vindt inlaat (een waterstaatkundig kunstwerk, dat in de waterkering is gelegen en dat bedoeld is om (vers) water in de polder te laten) van water plaats uit dit systeem.

De doelen

Een belangrijk doel van het watergebiedsplan (Stuk waarin het waterschap voor een periode van 10 jaar de beheerplannen voor grond- en oppervlaktewater vastlegt en waarbij het rekening houdt met boeren, natuur en bebouwing) was het verlagen van de slootpeilen in het agrarisch gebied. Hiermee wordt voorkomen dat vanwege de steeds zakkende bodem de grondwaterstand te hoog wordt en agrarisch gebruik op den duur niet meer mogelijk is. Om in dorpen en bebouwingslinten gelegen gebouwen met kwetsbare houten funderingen te beschermen tegen het dalende peil legt het waterschap in Kamerik en Teckop collectieve hoogwatervoorzieningen aan (het huidige peil wordt permanent). Daarmee wordt ook verzakkingsschade aan infrastructuur beperkt en de waterhuishouding verbeterd. Voor andere plekken, zoals Spengen en Portengen, onderzoekt het waterschap een alternatieve aanpak voor de bescherming van kwetsbare houten fundering. Bijvoorbeeld in de vorm van een financiële bijdrage aan eigenaren,waarmee zij zelf de funderingsbescherming kunnen regelen.

Een ander doel was het verbeteren van de aanvoer en afvoer van water, zodat wateroverlast (situaties waarin mensen overlast ondervinden als gevolg van te veel water) en watertekort zo veel mogelijk wordt voorkomen. Waar mogelijk zijn maatregelen getroffen om de (ecologische) kwaliteit van het water te verbeteren, zoals de aanleg van natuurvriendelijke oevers.