Kamerik en Kockengen

Het watergebiedsplan voor de regio Kamerik - Kockengen is in 2007 vastgesteld door het algemeen bestuur. Het plan bestaat uit verschillende peilbesluiten en een inrichtingsplan. De maatregelen van het inrichtingsplan zijn nodig om de gewenste peilen in te kunnen stellen en in algemene zin het watersysteem te verbeteren. Het gaat om het realiseren van aanvullende gemaalcapaciteit, graven van extra watergangen, verbreden van watergangen en aanleggen van nieuwe kunstwerken (stuwen, inlaten, dammen, duikers). In 2009 is gestart met de uitvoering en deze duurt in ieder geval tot en met 2018. In 2015 is de uitvoering opgesplitst in twee deelgebieden, namelijk ‘ Kamerik-Spengen’ en ‘ Dorp Kockengen en maalgebied De Tol’.

De uitvoering in het dorp Kockengen en maalgebied De Tol: een nieuw plan

In dit gebied is al een groot deel van de voorgestelde inrichtingsmaatregelen gerealiseerd of worden op korte termijn uitgevoerd. De peilen zijn echter nog niet allemaal conform plan ingesteld ook is het waterbergingsgebied nog niet aangelegd. Door ontwikkelingen en nieuwe inzichten die zijn opgedaan in de afgelopen 10 jaar - ook tijdens de wateroverlastsituaties - zijn de destijds voorgestelde maatregelen niet overal meer passend. Te denken valt o.a. aan nieuwe inzichten ten aanzien van (de effecten) van bodemdaling en klimaatverandering. “De Tol, Toekomstbestendig” dat is wat het waterschap voor ogen heeft met een nieuw plan: Raamwaterplan de Tol (2019).

De uitvoering in het gebied Kamerik - Spengen

Het deelgebied Kamerik-Spengen bestaat uit de polders rond Kamerik, Kanis, Spengen, Teckop en Gerverscop. Voor de kernen en bebouwingslinten van Kamerik, Kanis en Teckop legt het waterschap collectieve hoogwatervoorzieningen aan. De slootpeilen in de omringende polders kunnen pas verlaagd worden naar het gewenste niveau als de collectieve hoogwatervoorzieningen allemaal klaar zijn en met alle betrokkenen in het aansluitende agrarische gebied definitieve afspraken zijn gemaakt.

Het waterschap ziet af van het zelf aanleggen van collectieve hoogwatervoorzieningen in Spengen. Voor die polder wordt een nieuw peilbesluit opgesteld. In Gerverscop en omgeving blijken de oorspronkelijk beoogde hoogwatervoorzieningen niet nodig omdat in de praktijk het peil daar nagenoeg niet verandert.

Over het gebied

De streek rond Kamerik en Kockengen bestaat hoofdzakelijk uit veenweide, met melkveehouderij als belangrijkste agrarische activiteit. Gebouwen en bedrijven liggen met name binnen de beide dorpen en in de cultuurhistorisch waardevolle bebouwingslinten.

Het plangebied, dat is gelegen binnen de gemeenten Woerden en Stichtse Vecht, bevindt zich circa 2 meter onder NAP. De waterhuishouding in deze laag gelegen regio is kenmerkend voor de ontginningsmethode van de vroege middeleeuwen. Tussen de langgerekte kavels liggen scheisloten die in contact staan met brede weteringen. Vanuit de weteringen wordt overtollig water opgepompt naar het boezemsysteem van de Oude Rijn. Bij watertekort vindt inlaat van water plaats uit dit systeem.

1

De Kamerikse wetering in de polder Oud-Kamerik

Doelen van het plan

Een belangrijk doel van het plan is het verlagen van de slootpeilen in het agrarisch gebied. Hiermee wordt voorkomen dat vanwege de steeds zakkende bodem de grondwaterstand te hoog wordt en agrarisch gebruik op den duur niet meer mogelijk is. Om in dorpen en bebouwingslinten gelegen gebouwen met kwetsbare houten funderingen te beschermen tegen het dalende peil legt het waterschap in Kamerik en Teckop collectieve hoogwatervoorzieningen aan (het huidige peil wordt permanent). Daarmee wordt ook verzakkingsschade aan infrastructuur beperkt en de waterhuishouding verbeterd. Voor andere plekken, zoals Spengen en Portengen, onderzoekt het waterschap een alternatieve aanpak voor de bescherming van kwetsbare houten fundering. Bijvoorbeeld in de vorm van een financiële bijdrage aan eigenaren,waarmee zij zelf de funderingsbescherming kunnen regelen.

Het watergebiedsplan heeft verder ten doel de aanvoer en afvoer van water te verbeteren, zodat wateroverlast en watertekort zo veel mogelijk wordt voorkomen. Waar mogelijk worden maatregelen getroffen om de (ecologische) kwaliteit van het water te verbeteren, zoals de aanleg van natuurvriendelijke oevers.