HDSR

Proces: fasen en producten

Sinds de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn in het watertoetsproces twee rollen te onderscheiden: initiatiefnemer en waterbeheerder.

Initiatiefnemer

Binnen het watertoetsproces is de initiatiefnemer altijd een overheid: Rijk, provincie of gemeente. Natuurlijk kunnen in de praktijk ook private partijen (zoals projectontwikkelaars) initiatieven ontwikkelen, maar deze zullen uiteindelijk toch moeten worden vastgelegd in een ruimtelijk plan of besluit van het Rijk, de provincie of een gemeente. Het watertoetsproces is dus een procedure tussen overheden. Dat neemt niet weg dat er vóór de start van de formele ruimtelijke procedure regelmatig contact zal zijn tussen private initiatiefnemers en het waterschap. Dit zal echter niet leiden tot een formeel wateradvies, want dat geeft Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden uitsluitend aan medeoverheden (vaak de gemeente).

Waterbeheerder

Binnen het watertoetsproces hebben de waterbeheerders de rol van adviseur. Zij denken mee tijdens de ontwikkeling van het plan, stemmen intern met bijvoorbeeld beheerders af, verschaffen gebiedskennis en informatie en brengen uiteindelijk een officieel wateradvies uit aan de initiatiefnemer. Vervolgens geeft de initiatiefnemer in de waterparagraaf van het betreffende plan of besluit aan hoe met het wateradvies wordt omgegaan. Naast Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (regionale watersysteem) kunnen ook Rijkswaterstaat (hoofdwatersysteem) of de provincies Utrecht of Zuid-Holland (grote grondwateronttrekkingen) de rol van waterbeheerder hebben. Hoewel deze partijen in het kader van het watertoetsproces ieder hun eigen verantwoordelijkheid hebben, zal het waterschap waar nodig een signalerende rol vervullen richting de andere waterbeheerders.

Producten

Het watertoetsproces kent drie concrete, tastbare producten: afsprakennotitie, waterparagraaf en wateradvies.

Afsprakennotitie

In een afsprakennotitie leggen initiatiefnemer en waterschap aan het begin van het watertoetsproces hun afspraken vast over het te volgen proces en de te behandelen inhoud. Deze afspraken hebben betrekking op één specifiek plan. In de praktijk worden alleen voor grote, complexe plannen afsprakennotities opgesteld. Voor kleinere plannen is dit meestal niet nodig. Het is wel denkbaar om voor de kleinere plannen algemene 'procesafspraken' te maken.

Waterparagraaf

De waterparagraaf bevat een beschrijving van de wijze waarop in het betreffende plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. De waterparagraaf wordt opgesteld door de initiatiefnemer, waarbij natuurlijk bij voorkeur gebruik wordt gemaakt van informatie die door het waterschap is verstrekt. De waterparagraaf maakt weliswaar deel uit van de toelichting bij het ruimtelijke plan of besluit, maar zal ook duidelijkheid moeten geven of, en zo ja hoe, de waterstaatkundige consequenties juridisch zijn vertaald op de plankaart en in de regels van het plan. Naast een inhoudelijk deel bevat de waterparagraaf ook een terugblik op het watertoetsproces.

Wateradvies

Het wateradvies is in feite het 'sluitstuk' van het watertoetsproces. Het waterschap toetst of het plan of besluit (en de waterparagraaf daarvan) inhoudelijk voldoet, en of het watertoetsproces goed is doorlopen. Nadat het waterschap het wateradvies heeft uitgebracht, zal de initiatiefnemer in de waterparagraaf van het plan of besluit moeten aangeven hoe met het wateradvies is omgegaan.


Cartoon: stap in de wereld van ruimtelijke ordening