Stand van zaken optimaliseren Lopikerwaardroute

Eén van de routes van de Klimaatbestendige Water Aanvoer (KWA) loopt door de Lopikerwaard. Hier vindt de inlaat van water plaats bij gemaal de Koekoek, gelegen aan de Lek. Vervolgens stroomt het in noordelijke richting via diverse polderwatergangen naar gemaal Keulevaart. Dit gemaal pompt het water omhoog naar de Gekanaliseerde Hollandse IJssel. De watergangen zijn op dit moment niet overal groot genoeg om aan die extra vraag naar zoet water te kunnen voldoen. Het project KWA+ heeft tot doel de vergroting van de capaciteit op het Lopikerwaardtraject naar een robuuste 5,6 m3/s. Dat wil zeggen zonder dat streefpeilen uit het Peilbesluit worden overschreden en met acceptabele stroomsnelheden.

Om dit te realiseren moet het watervoerend profiel van de watergangen in het traject sterk worden vergroot. In de Lopikerwaard zijn dan ook maatregelen nodig.

Verkenning Lopikerwaard

In de eerste verkenning in 2016 is onderzocht op welke wijze het benodigde extra water aangevoerd kan worden. Hiervoor zijn destijds drie varianten ontwikkeld:

  1. Het verbreden van bestaande watergangen
  2. Het accepteren van peilstijgingen in de bestaande watergangen
  3. Een combinatie van het verbreden en verdiepen van bestaande watergangen.

Uit de verkenning kwam naar voren dat meer onderzoek nodig is om een keuze te kunnen maken. Sterk bepalend voor de haalbaarheid van de diverse varianten is de mate waarin verbreding en verdieping kan leiden tot bodemopbarsting. Dit is het verschijnsel waarbij na afgraving de bodem omhoog komt omdat de grondwaterdruk groter is geworden dan de (grond)druk van boven. Op grote delen van het traject zou na verdieping en/of verbreding extra welvorming en of opbarsting van de slootbodem op kunnen treden.

Daarnaast was meer informatie nodig over de exacte capaciteit van de watergangen, om zo de berekeningen nauwkeuriger te kunnen maken. Daarom is de zogenaamde verlengde verkenning Lopikerwaard opgestart, om deze punten nader te kunnen onderzoeken.

Verlengde Verkenning Lopikerwaard (2016-2017)

Hydrologische veldproef

In het kader van de verlengde verkenning is een hydrologische veldproef gehouden om het rekenmodel voor de polder te verifiëren. Dit model wordt gebruikt om de inrichtingsvarianten door te rekenen. Uit de veldproef is duidelijk geworden dat traject van de huidige KWA niet robuust is, omdat bij de inzet van het systeem de peilgrenzen uit het peilbesluit worden overschreden en sprake is van te hoge stroomsnelheden. Op grond van de veldproef is vastgesteld dat via deze route nu 1,6 m3/s aan KWA-debiet op een robuuste wijze getransporteerd kan worden zonder onacceptabele peilafwijkingen. Wanneer de voorgenomen maatregelen bij Polsbroek zijn uitgevoerd is dit 2,1 m3/s. Dit betekent dat, naast de zogenoemde No-regret-maatregelen bij Polsbroek, er dus extra maatregelen nodig zijn om de benodigde capaciteit van 5,6 m³/s te behalen.

Bodemonderzoek

In de Verkenningsfase is door twee verschillende ingenieursbureaus de opbarstgevoeligheid van de bodem in de Lopikerwaard onderzocht. Daarop is tijdens de verlengde verkenning een uitgebreid bodemonderzoek uitgevoerd, bestaande uit boringen en metingen aan grondwaterstanden, om de kans op bodemopbarsting langs het hele traject door de Lopikerwaard nader te bepalen.

Uit de opbarstberekeningen blijkt dat in tracédeel B geen kans is op bodemopbarsting, in tracédeel A die kans aanwezig is op twee locaties en dat in tracé C en D over grotere lengte opbarsten op kan treden(zie kaart voor traces).

Om de kans op opbarsting te verkleinen zijn meerdere maatregelen mogelijk. Maatregelen zijn onder andere het aanbrengen van een grondverzwaring in de vorm van klei of zand of veen, het tijdelijk verhogen van het waterpeil en het aanbrengen van stijghoogteontspanners. Het ondieper maken van de waterloop als maatregel is buiten beschouwing gelaten omdat dit invloed heeft op de afvoercapaciteit. Per deeltrace is gekeken wat de beste maategel tegen opbarsting is.

Extra varianten vier en vijf

Op grond van de informatie uit de onderzoeken van de Verlengde Verkenning zijn, naast de drie varianten uit de eerste verkenningsfase, twee nieuwe varianten geformuleerd. Op de eerste plaats variant 4, De ‘isolatievariant’. Deze variant is door het gebied naar voren gebracht. Bij deze variant wordt tijdens de inzet van de KWA het hele traject door de Lopikerwaard geïsoleerd van de rest van de polder met behulp van circa 45 vaste dammen en 12 – geautomatiseerde – stuwen. De geautomatiseerde stuwen zijn nodig om, in het geval van wateroverschot of bij droogte juist het te kort aan water het achterliggende gebied te kunnen bedienen.

Daarnaast is een vijfde variant, de “maatwerkvariant” ontwikkeld, Deze bestaat uit een combinatie van het verbreden van watergangen, het verdiepen van watergangen, het lokaal isoleren van het traject en het tijdelijk beperkt verhogen van de peilen. Per deeltrace is gekeken welke het beste aansluit bij de situatie.

Afweging en voorkeursvariant

De twee nieuwe varianten zijn op dezelfde wijze beoordeeld als de drie varianten uit de Verkenningsfase. In vergelijking met de drie eerste varianten (waarbij werd uitgegaan van bodemopbarsting over een veel groter deel van het traject) scoort de maatwerkvariant hoog omdat minder grondareaal nodig is voor verbreding. Voornamelijk door het uitdiepen van de watergangen en het tijdelijk toestaan van een grotere peilstijging.

De isolatievariant scoort hoog omdat het polderpeil niet meegaat met stijging of daling van het peil in het KWA traject en weinig grondareaal nodig is. Het niet-robuuste karakter van de isolatievariant is dat bij inzet van de KWA en een gelijktijdige flinke regenbui afvoer van water uit de omringende peilvakken niet mogelijk is zonder ingewikkelde – en dus onzekere - extra maatregelen. De kans is ook groot dat de KWA dan moet worden uitgezet. De beheer- en onderhoudskosten zijn bij de isolatievariant naar verhouding zeer hoog omdat de geautomatiseerde stuwen in hoge mate bedrijfszeker moeten zijn en gehouden worden.

Alle argumenten meegenomen is gekozen variant vijf, de maatwerkvariant met daarin alle voorgestelde maatregelen per deeltrace uitgewerkt, voor te stellen als voorkeursvariant.

Vervolgproces

Begin maart 2018 heeft het algemeen bestuur ingestemd met het uitwerken van de maatwerkvariant. HDSR en Rijnland zijn nu bezig de mogelijke maatregelen (verdiepen, verbreden, isoleren, tijdelijke peilstijging) verder uit te werken en samen met het gebied te kijken welke maatregel waar mogelijk is. Deze planvormingsfase duurt van medio 2018 – medio 2020.

Hierbij betrekken wij nadrukkelijk het gebied, om kansen en mogelijkheden mee te nemen en zoveel mogelijk maatwerk te leveren die past bij de locatie.


Het opbarsten van slootbodems

Opbarsting van slootbodems1

De Klankbordgroep Lopikerwaard

De klankbordgroep bestaat uit inwoners uit de Lopikerwaard, vertegenwoordigers van belangenorganisaties zoals de LTO en een medewerker van de gemeente Lopik. De klankbordgroep geeft wensen aan uit het gebied, draagt alternatieven voor en geeft reactie op de onderzoeken en uitwerkingen. De kennis die zij inbrengen is voor het waterschap zeer waardevol om realistische en haalbare plannen op te kunnen stellen.