HDSR

Zoeken
Zoek op alfabet

Voorkeurstrategie Zoetwaterregio West-Nederland

Kern van de voorkeurstrategie van Zoetwaterregio West-Nederland is dat regionale waterbeheerders én gebruikers maatregelen nemen die bijdragen aan voldoende zoetwater van voldoende kwaliteit. Nog meer dan nu zullen gebruikers efficiency zoeken in het zoetwatergebruik.

Bijvoorbeeld door druppelbevloeiing in de fruitteelt en tuinbouw, recirculatie van koelwater, opvang van regenwater in bassins, watervoorraden in ondergrondse bassins. Ook de regionale waterbeheerders werken aan een verdere optimalisatie van het watersysteem. Bijvoorbeeld door flexibel peilbeheer en slimmer meten, zodat doorspoeling in diepe droogmakerijen meer maatwerk wordt.

Aanvoerroute

Naast de waterbesparende maatregelen en innovaties, blijft het lage westelijke deel van onze zoetwaterregio afhankelijk van het hoofdwatersysteem. Het meest zuid-westelijke deel kan van zoetwater worden voorzien vanuit het Brielse Meer. Maar voor Centraal Holland zal vaker en langduriger zoetwater via een alternatieve aanvoerroute moeten worden aangevoerd. Dat vraagt om een aanpassing van de huidige alternatieve route (KWA).Voor het oostelijke, hooggelegen deel van onze regio is geen aanvoer van zoetwater vanuit het hoofdwatersysteem mogelijk; hier wordt ingezet op het vasthouden en bergen van water in het gebied.

Kansen

Waterschappen, provincies, economische partners, energiesector, drinkwaterbedrijven en natuurorganisaties uit de regio staan achter deze voorkeurstrategie. Zij zijn overtuigd dat deze voorkeurstrategie kansen biedt voor:

  • een goed vestigingsklimaat;
  • ontwikkeling van greenports en hoogwaardige fruitteelt;
  • ontwikkeling van de havens;
  • ontwikkeling rond mainport Schiphol;
  • hoogtechnologische kenniseconomie;
  • toekomstbestendig Groene Hart.

Daarnaast verwacht men met deze strategie voldoende zoetwater te hebben voor doorspoeling en peilbeheer, zodat geen onomkeerbare schade optreedt in:

  • Natura 2000 gebieden;
  • historische binnensteden (schade aan kwetsbare funderingen);
  • bodemdaling in laagveengebieden.

Vergroten capaciteit KWA

Belangrijk onderdeel van de voorkeurstrategie is het vergroten van de capaciteit van de bovenregionale alternatieve aanvoerroute (KWA). Onder normale omstandigheden neemt de regio 20 kuub zoetwater in, uit het hoofdwatersysteem bij Gouda. In tijden van extreme droogte raakt dit innamepunt verzilt door lage rivierwaterafvoer. Het zoetwater wordt dan meer bovenstrooms via de KWA ingenomen, vanuit het ARK - Lek. Via de KWA kan nu bijna 7 kuub aangevoerd worden. Onvoldoende capaciteit dus om in de waterbehoefte van West-Nederland te voorzien.

Kosteneffectief

De regio zet in op een stapsgewijze capaciteitsuitbreiding van de KWA (zie factsheet). Het tempo waarin de stappen worden genomen kan afgestemd worden op de nu nog onzekere ontwikkelingen van het klimaat, de bevolkings- en economische groei. Het is een kosteneffectieve maatregel om de aanvoer van zoetwater te verbeteren en het hoofdwatersysteem te optimaliseren.

Bovenregionaal belang

De capaciteitsuitbreiding van de KWA dient bovenregionale belangen, zoals de verdere ontwikkelingen van drie greenports, de havens en schiphol. De regio verwacht alleen daarom al een aanzienlijk medefinanciering uit het Deltafonds. Daarnaast kan deze maatregel mede ingezet worden voor externe ontwikkelingen die invloed hebben op de zoetwaterproblematiek. Bijvoorbeeld door een bijdrage te leveren aan de compensatie van de negatieve effecten van: achterstallig onderhoud trapjeslijn, verdieping Botlekgebied door havenbedrijf Rotterdam, nieuwe zeesluis IJmuiden of de eventuele verzilting Volkerak Zoommeer.