Bel met de afdeling Vergunningverlening en Handhaving.
Tel. (030) 634 58 20.

Nodig: Melding
Lozingen die niet afkomstig zijn vanuit een particulier huishouden of van buiten een inrichting vallen, naar verwachting per 1 juli 2010, onder het Besluit lozen buiten inrichtingen.
Vanaf 1 juli 2010 is het Besluit lozen buiten inrichtingen van kracht. In dit besluit zijn regels opgenomen voor een groot aantal categorieen van lozingen die het gevolg zijn van activiteiten die plaatsvinden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Lozingen binnen inrichtingen vallen onder het Activiteitenbesluit.
Een activiteit kan om verschillende redenen niet binnen een inrichting vallen. Zo worden activiteiten die niet plaatsgebonden zijn, activiteiten die kortdurend zijn of activiteiten waarbij geen sprake is van bedrijvigheid niet als een inrichting aangemerkt. Voorbeelden van lozingen bij zulke activiteiten zijn lozingen van grondwater bij ontwatering, lozingen van afvloeiend hemelwater van wegen en andere verharde oppervlakken, lozingen vanuit rioolstelsels op oppervlaktewater, lozingen van huishoudelijk afvalwater vanuit bijvoorbeeld treinen en vaartuigen en lozingen als gevolg van bouw-, sloop- en renovatiewerkzaamheden nabij een oppervlaktewaterlichaam. Lozingen binnen inrichtingen vallen onder het Activiteitenbesluit.
Het Besluit lozen buiten inrichtingen is gebaseerd op drie wetten namelijk de Wm, de Wtw en de Wbb. In tegenstelling tot het Activiteitenbesluit stelt het besluit alleen regels voor lozingen en is in tegenstelling tot voorgaande Besluiten van toepassing op alle lozingsroutes; directe lozingen op oppervlaktewater en indirecte lozingen op riolering en de bodem.
Voorheen werden voor deze lozingen nog een ontheffing op grond van het Lbb of een Wvo-vergunning verleend of ze waren algemeen geregeld in Wm -of Wvo besluiten. Dit nieuwe integrale besluit vervangt een aantal van deze besluiten:
De lozingen die in het Besluit lozen buiten inrichtingen zijn geregeld, zijn opgedeeld twee hoofdstukken:
In het kader van de herstructurering van de regelgeving zullen lozingen vanuit niet-inrichtingen worden geregeld met twee besluiten: het Besluit lozing afvalwater huishoudens voor lozingen vanuit particuliere huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen voor overige lozingen die niet vanuit een inrichting plaatsvinden. Het Besluit lozing afvalwater huishoudens is op 1 januari 2008 in werking getreden.
Het Besluit lozen afvalwater buiten inrichtingen zal naar verwachting per 1 juli 2010 in werking treden. Dit besluit regelt alle lozingen die niet vanuit een inrichting in de zin van de Wm of een particulier huishouden plaatsvinden. In navolging van het Activiteitenbesluit en het Besluit lozing afvalwater huishoudens is dit een integraal besluit waarin alle lozingsroutes zijn geregeld, gebaseerd op de Wm en de Waterwet.
Tot het van kracht worden van dit besluit worden lozingen die niet vanuit inrichtingen en niet vanuit particuliere huishoudens plaatsvinden nog geregeld op grond van de 'oude' compartimentale regelgeving.
Deze lozingen staan in hoofdstuk 3 van het besluit en zijn binnen inrichtingen geregeld in hoofdstuk 3 van het Actviteitenbesluit, de nummering van de artikelen is ook identiek aan het Activiteitenbesluit.
De bepalingen vooor deze lozingen staan in hoofdstuk 4 van het besluit. Het gaat hierbij om lozingen die niet terug te vinden zijn in het Activiteitenbesluit omdat deze lozingen nooit binnen een inrichting plaatsvinden. De volgende lozingen zijn in hoofdstuk 4 geregeld:
In afdeling 4.2 (art. 4.3 en art. 4.4) van het Besluit lozen buiten inrichtingen is het lozen van afvalwater uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport geregeld, zoals de lozingen uit een openbaar ontwateringsstelsel, een openbaar hemelwaterstelsel, een overstortvoorziening of een nooduitlaat op of in de bodem of op het oppervlaktewater. Lozing vanuit deze voorzieningen op of in de bodem en op oppervlaktewater mag alleen plaatsvinden als de stelsels zijn opgenomen en beheerd conform het gemeentelijk rioleringsplan.
Bel met de afdeling Vergunningverlening en Handhaving.
Tel. (030) 634 58 20.