
In principe zijn alle activiteiten die van invloed (kunnen) zijn op waterstaatswerken volgens de Keur verboden. Onder bepaalde voorwaarden kunnen, voor specifieke activiteiten, vergunningen van die verboden worden verleend. Een vergunningaanvraag doorloopt een procedure die enkele weken in beslag neemt.
De ervaring leert dat bepaalde, regelmatig voorkomende activiteiten weinig invloed hebben op de staat van oppervlaktewaterlichamen en/of waterkeringen in het beheersgebied van De Stichtse Rijnlanden. Om de administratieve lasten voor zowel burgers/bedrijven als het waterschap te verminderen, en om de regelgeving met betrekking tot deze activiteiten te vereenvoudigen, zijn voor deze veelvoorkomende, weinig risicovolle activiteiten algemene regels opgesteld.
Door het stellen van algemene regels zijn de betreffende activiteiten niet langer vergunningplichtig, maar moeten ze wel worden gemeld.
De algemene regels behorend bij de Keur van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2009 hebben betrekking op de kern- en beschermingszones van primaire, secundaire en tertiaire oppervlaktewaterlichamen en waterkeringen.
1. het graven van oppervlaktewaterlichamen;
2. het verbreden en/of verlengen van oppervlaktewaterlichamen;
3. het dempen van tertiaire oppervlaktewaterlichamen;
4. het kruisen van tertiaire oppervlaktewaterlichamen met en evenwijdig aanleggen van kabels en leidingen langs tertiaire oppervlaktewaterlichamen;
5. het plaatsen van een permanent onttrekkingspunt in primaire, secundaire en tertiaire oppervlaktewaterlichamen;
6. het plaatsen van een dam met duiker in tertiaire oppervlaktewaterlichamen in niet-stedelijk gebied;
7. het plaatsen van bruggen over tertiaire oppervlaktewaterlichamen;
8. het planten van bomen, struiken en andere opgaande beplanting langs oppervlaktewaterlichamen;
9. het lozen van bronneringswater op oppervlaktewaterlichamen;
10. het plaatsen van een beschoeiing in tertiaire oppervlaktewaterlichamen;
11. het plaatsen van een beschoeiing in primaire en secundaire oppervlaktewaterlichamen;
12. het aanbrengen en hebben van steiger in tertiaire oppervlaktewaterlichamen langs particuliere tuinen
13. het plaatsen en hebben van een uitstroomvoorziening in oppervlaktewaterlichamen waarvan het onderhoud bij de legger aan het waterschap zelf is opgedragen;
14. versnelde afvoer en lozing verhard oppervlak;
15. het beweiden van een waterstaatswerk;
16. het bemesten van een waterkering;
17. het aanleggen van een natuurvriendelijke oever langs oppervlaktewaterlichamen.
18. het onttrekken van grondwater uitsluitend voor het drooghouden van sleuven ten behoeve van aanleg van riolering, kabels en leidingen (sleufbemalingen)