

Op een zuiveringsinstallatie komen twee soorten slib voor:
Door vermeerdering van de bacteriën ontstaat er in het proces een teveel aan slib. Dit teveel gaat weer terug naar de beluchtingstank.
Het teveel aan slib wordt door een middenkolom in een spuislibindikker omhoog gepompt, waar het slib langzaam naar beneden zakt. Een deel van het water dat met het slib is meegekomen, komt boven op het slib te staan en stroomt terug naar de installatie. Het ingedikte slib wordt in een gistingsinstallatie gepompt.
Beide soorten ingedikt slib gaan naar de anaërobe gistingstank. Hier heerst een temperatuur van 33o C, een ideale gistingstemperatuur voor een natuurlijk gistingsproces. Bacteriën die zonder zuurstof leven zetten de nog aanwezige organische stoffen om. De hoeveelheid slib neemt af, ziektekiemen worden onschadelijk gemaakt en de rottende eigenschappen van het slib verdwijnen. Bij dit proces komt biogas (=methaangas) en water vrij.
Het geproduceerde biogas wordt opgeslagen in een gashouder. Het dient als brandstof in een gasmotor. Deze drijft een generator aan, waarmee elektriciteit wordt opgewekt. De hierbij ontstane warmte wordt gebruikt om het gistingsproces op temperatuur te houden.
Met de opgewekte elektriciteit kunnen enkele zuiveringsinstallaties met een gistingsinstallatie voor de helft in hun energiebehoefte voorzien.
Het uitgegiste slib wordt opgevangen in buffers. Het slib bevat nog veel water. Dit wordt met centrifuges of zeefbandpersen ontwaterd. Voordat het slib door deze ontwateringsmachine gaat wordt er een stof aan toegevoegd die ervoor zorgt dat het water gemakkelijker loskomt van het slib.
Na ontwatering wordt het slib tijdelijk opgeslagen in silo’s of containerbakken. Hier komt een vrachtwagen het ophalen voor de eindverwerking: het wordt verbrand.
Vroeger werd het slib gedroogd op een droogveld en door de boeren als mest gebruikt. Door allerlei verontreinigingen die in het slib achterblijven gebeurt dat tegenwoordig niet meer.
