

Eén van de oudste taken van het waterschap is het beschermen van land tegen water.
Grote delen van het beheersgebied van De Stichtse Rijnlanden liggen onder de zeespiegel. Dijken en kaden zijn nodig om het water letterlijk te keren. Vandaar dat dijken en kaden ook wel waterkeringen worden genoemd.
Waterkeringen zijn verdeeld in belangrijke dijken (primaire waterkeringen) en kleinere dijken (regionale waterkeringen). Deze kleinere dijken noemen we ook wel kaden.
De belangrijkste primaire kering in het gebied van De Stichtse Rijnlanden is de dijk van de Nederrijn en Lek tussen Amerongen en Schoonhoven (60 km).
Daarnaast beheert het waterschap ruim 440 kilometer regionale keringen.
Ondanks alle maatregelen is Nederland niet gegarandeerd (100%) veilig. Om risico, en de schade, bij een onverhoopte overstroming te beperken is ons land opgedeeld in compartimenten: dijkringen. Het gebied van de Stichtse Rijnlanden ligt in drie dijkringen: 44 (gebied ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal), 15 (de Lopikerwaard) en 14 (groot deel van de Randstad).
De overheid is het Programma Verbeteren Inspecties Waterkeringen (VIW) gestart. Diverse betrokken partijen (STOWA, Rijkswaterstaat en de waterschappen) onderzoeken hierin hoe de processen en technieken voor inspectie van waterkeringen geoptimaliseerd en gestandaardiseerd kunnen worden.
Meer info: www.inspectiewaterkeringen.nl.
Om dijken en kaden veilig te houden is niet alles toegestaan op of in de nabijheid van een dijk of kade. Lees meer over de spelregels voor wonen en werken bij een kade of een dijk. Kijk ook bij de Wegwijzer vergunningen.
