
Om veilig te kunnen wonen en leven hebben we veilige dijken nodig. De belangrijkste waterkering in ons gebied is de dijk van de Nederrijn en de Lek, tussen Amerongen en Schoonhoven. De Lekdijk beschermt de Randstad tegen hoog water vanaf de rivier. De kleinere dijken in het westelijk deel van ons gebied, de kaden, houden de polders droog.
Kaart waterkeringen: dijken en kaden.
Foto: Lekdijk
Klik op de afbeeldingen voor een groter formaat
Waterkeringen zijn verdeeld in belangrijke dijken: de primaire waterkeringen en kleinere dijken of kaden: de regionale en overige waterkeringen. De primaire keringen in het gebied van De Stichtse Rijnlanden zijn:
Daarnaast beheert het waterschap:
Meer informatie vindt u bij Soorten waterkeringen
Om overstromingen te voorkomen, controleren we op gezette tijden de dijken en kaden in ons gebied. Eventuele zwakke plekken verbeteren we. Veiligheid staat daarbij voorop. Daarom zijn we altijd alert bij dreigende situaties zoals hoog water, storm of droogte. Ondanks alle maatregelen is Nederland niet gegarandeerd (100%) veilig. Het waterschap zorgt voor de volgende maatregelen:
Hoe blijft een dijk veilig? Het waterschap controleert regelmatig of de dijken nog hoog en stevig genoeg zijn om het water tegen te houden. Dat gebeurt op verschillende manieren:
Om risico, en schade, bij een onverhoopte overstroming te beperken is ons land opgedeeld in compartimenten: dijkringen. Het gebied van de Stichtse Rijnlanden ligt in drie dijkringen: 44 (gebied ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal), 15 (de Lopikerwaard) en 14 (groot deel van de Randstad). Lees meer over dijkringen bij Soorten waterkeringen.
Een betere bescherming tegen overstromingen vanuit de Lek betekent niet automatisch het verhogen van de Lekdijk. Daarom participeren we als waterschap ook in het project Ruimte voor de Lek. Dit project valt onder het landelijke programma Ruimte voor de Rivier, opgezet door de Rijksoverheid.
De rivieren krijgen door de klimaatsverandering veel meer water te verwerken. Dat heeft gevolgen voor de waterstand en de dijken. De uiterwaarden van de Lek worden opnieuw ingericht. De Lek krijgt meer ruimte, zodat de rivier de groeiende hoeveelheid water kan verwerken. In het gebied wordt ook nieuwe natuur aangelegd, waardoor het gebied aantrekkelijker is voor wandelaars en fietsers.
Meer informatie: Ruimte voor de Lek
De dreiging van hoog water in de Lek onstaat vooral door een combinarie van smeltwater en regenval. Zo'n situatie leidt tot verhoogde paraatheid. De calamiteitenteams komen in actie en er worden extra inspecties uitgevoerd door bijvoorbeeld het dijkleger. Het dijkleger bestaat uit medewerkers van het waterschap die normaal gesproken op kantoor werkzaam zijn.
De regionale keringen lopen risico wanneer het langdurig regent of juist erg droog is. In het eerste geval stijgt het waterpeil en neemt de druk op de kaden toe. In het tweede geval bestaat er kans op scheurvorming, en daarmee op een kadebreuk. Ook dan komen de calamiteitenteams in actie en zijn er extra inspecties en eventueel reparaties. In een aantal gevallen kunnen watergangen worden afgesloten.

De Lekdijk bij Lopik

Kade bij de Enkele Wiericke

Kade bij de Langbroekerwetering