
Het waterschap is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Om zicht te krijgen op de waterkwaliteit verricht het waterschap metingen.
Op 70 punten, verspreid over het gehele beheersgebied, wordt elke maand de kwaliteit van het oppervlaktewater gemeten. Deze 70 meetpunten samen noemen we het (fysisch-chemische) meetnet.
De gemeten waarden geven inzicht in de resultaten van het gevoerde beleid en de doeltreffendheid van genomen maatregelen.
Gekeken wordt naar de aanwezigheid van zes indicatoren:
Om iets te kunnen zeggen over de ecologische toestand van het oppervlaktewater heeft het waterschap nog een meetnet: het biologisch meetnet. Het biologisch meetnet bestaat een aantal ‘roulerende' en een aantal vaste meetpunten. De roulerende meetpunten bemonstert het waterschap eens per vijf jaar. De permanente punten worden jaarlijks bemonsterd. In 2004 bestond het permanente meetnet uit 21 locaties.
In het biologisch meetnet wordt gekeken naar o.a.
Jaarlijks worden de meetgegevens geanalyseerd en gerapporteerd. Deze gegevens kunt u vinden in het Jaarverslag oppervlaktewater.
In het beheersgebied van het waterschap liggen vier officiële zwemwaterlocaties. Deze locaties zijn door de provincie Utrecht specifiek aangewezen als zwemwaterlocatie.
Op verzoek van de provincie controleert het waterschap op deze vier locaties de waterkwaliteit. Deze metingen gebeuren eens per twee weken tussen half april en september.
Onder meer wordt gekeken naar:
Meer informatie over zwemwaterlocaties.