
Naast de zichtbare waterstromen in sloten en kanalen zijn er ook onzichtbare, ondergrondse waterstromen: grondwater, dat vanaf de Utrechtse Heuvelrug ondergronds in zuid-westelijke richting stroomt en in het Langbroekerweteringgebied weer opkwelt (naar bovenkomt). Dit kwelwater is door de langdurige filtering in het zand van de Utrechtse Heuvelrug zeer goed van kwaliteit. Ook onder de Lekdijk door kwelt water vanuit de Lek naar boven. En tenslotte zorgt het diepe Amsterdam-Rijnkanaal met zijn relatief lage waterpeil voor een grote toestroom van water uit de omliggende polders. Om de landbouw en natuur in deze polders van voldoende water te voorzien, zijn er veel grote en kleine gemalen in dit gebied gebouwd, die water vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal terug het gebied in pompen.
In droge tijden daalt het waterpeil van de Lek en kan er via de Kromme en de Vaartse Rijn geen water meer ingelaten worden. Dan kan vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal via gemaal Caspargouw en in Utrecht via het Noordergemaal nog extra water het gebied in worden gebracht.