
Voor het regelen van het waterpeil heeft het waterschap een uitgekiend stelsel van gemalen, stuwen, sluizen en inlaten. Deze worden in waterschapstaal 'kunstwerken' genoemd.
Gemalen pompen water van een laag naar een hoger niveau. Ze zijn onmisbaar in het lage deel van Nederland, met zijn polders. De gemalen pompen het water uit de sloten en weteringen in de polder naar de hoger gelegen boezemwateren. Vanaf daar kan het water afgevoerd worden naar zee.
Omgekeerd is het ook mogelijk om water uit een lager gelegen kanaal op te pompen, om in droge tijden een hoger gelegen gebied van water te voorzien. Soms zijn beide functies in één gemaal gecombineerd, zoals bijvoorbeeld in gemaal Caspargouw en in gemaal De Koekoek.
In het gebied van De Stichtse Rijnlanden staan zo'n 150 poldergemalen. Daarnaast zijn er nog rioolgemalen, die gebruikt worden om rioolwater vanuit de riolen naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties te pompen.
Stuwen zorgen ervoor dat het water in een sloot of wetering op een bepaald peil blijft. Stijgt het peil aan de hoge kant, dan stroomt het water over de rand in de richting van het lage peil. Stuwen worden gebruikt om water in een gebied vast te houden, voor natuur, agrarisch gebruik of bebouwing (om te voorkomen dat houten funderingspalen droog komen te staan en gaan rotten). In het gebied van De Stichtse Rijnlanden staan ruim 560 stuwen.
Sluizen zijn kunstmatige waterkeringen, die de verbinding tussen twee wateren d.m.v. deuren kan afsluiten of openstellen. Het meest bekende type sluis is de schutsluis. Die wordt gebruikt om schepen de gelegenheid te geven om van en naar gebieden met een ander waterpeil te varen. Schutsluizen hebben altijd twee paar deuren. Andere typen sluizen zijn spuisluizen en keersluizen, die beide één paar deuren hebben. Het waterschap heeft vijf schutsluizen in bezit die bediend worden.
Een inlaat is een schuif die opengezet kan worden om water onder vrij verval naar binnen te laten, een watergang of polder in. In het gebied van De Stichtse Rijnlanden zijn 145 inlaten. De bekendste in het gebied is de inlaat van de Kromme Rijn in Wijk bij Duurstede. Maar ook de inlaat Vreeswijk en de inlaat bij de Voormolen in IJsselstein zijn belangrijk voor de toevoer van vers water in respectievelijk de stad Utrecht en de Lopikerwaard. Inlaten worden ook wel de "kranen van het watersysteem"genoemd.