
Marianne Thieme, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren, heeft op 1 juni 2010 de vispassage bij gemaal Kerkeland aan Kanaaldijk Zuid in Schalkwijk symbolisch geopend. Dat deed ze door een grote plastic vis uit het Amsterdam-Rijnkanaal te halen en deze over te brengen naar de Kerkelandwetering. Vervolgens onthulde ze een informatiebord samen met gedeputeerde Joop Binnekamp van de provincie Utrecht, Karin Visser, hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Utrecht en Patrick Poelmann, dijkgraaf van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.
De aanleg van de vispassage is een belangrijke ecologische maatregel, waardoor zowel de visstand in het Amsterdam-Rijnkanaal als in de poldersloten verbetert. Daarmee leveren provincie, Rijkswaterstaat en waterschap een bijdrage aan de Europese eis om migratieknelpunten voor vissen op te heffen. Ieder heeft een derde van kosten voor zijn rekening genomen. De vispassage vergroot het leefgebied van vissen uithet Amsterdam-Rijnkanaal en de poldersloten aan de zuidzijde van dit kanaal. Het is de eerste passage tussen Rijkswater (Amsterdam-Rijnkanaal) en regionaal water (de poldersloten). Deze ‘De Wit-vispassage’ is in eigen beheer ontwikkeld.
Met de aanleg van de vispassage zijn drie knelpunten opgelost:
Het verschil in waterstand tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en de Kerkelandwetering is erg groot (ruim één meter). Daarom bestaat deze ‘De Wit-vispasage’ uit 22 kamers. In elke kamer overbruggen vissen vijf cm. De aan elkaar geschakelde kamers staan met elkaar in verbinding via (doorzwem)openingen. De vispassage is tweezijdig passeerbaar. Via de stuw en de vispassage kunnen vissen de tegengestelde route afleggen. In het Amsterdam-Rijnkanaal komen diverse vissoorten voor zoals baars, blankvoorn, brasem, kolblei, paling, snoekbaars en winde. In het kanaal hebben deze soorten te weinig mogelijkheden om zich voort te planten door gebrek aan delen met ondiep(er) water met een gevarieerde waterplantenbegroeiing. Vissen kunnen nu van diep, voedselrijk water naar ondiep, rustig water zwemmen. Omgekeerd kunnen grote, volwassen vissen die in de poldersloten leven naar het Amsterdam-Rijnkanaal zwemmen.
Langs de damwand van het Amsterdam-Rijnkanaal is een inzwemvoorziening (een flauwe helling) voor bodemvissen aangelegd. Deze helling is nodig, omdat de bodem van het Amsterdam-Rijnkanaal een stuk lager ligt dan de bodem van de Kerkelandwetering. Bodemvissen zoals paling kunnen vanaf de bodem van het Amsterdam–Rijnkanaal, via de helling, de bodem van de Kerkelandwetering bereiken. Ook andere vissen kunnen nu eenvoudig de achterliggende polders bereiken via een grote doorzwemopening in de damwand langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Voorheen was dat niet mogelijk, omdat het water door smalle spleten in de damwand aan- en afgevoerd werd.
Gemaal Kerkeland bestaat uit een gemaal en een stuw. Het gemaal en de stuw waren technisch verouderd en zijn ingrijpend gerenoveerd. De stuw en het gemaal regelen de waterstand in een 2.225 hectare groot gebied. De waterstand in het Amsterdam-Rijnkanaal is lager dan de waterstand in de polder Honswijk. Om de waterstand in de polder op peil te houden ligt er een grote stuw in de Kerkelandwetering. Overtollig water uit de polder wordt door middel van deze stuw op het Amsterdam-Rijnkanaal geloosd. Bij een tekort aan water pomt gemaal Kerkeland water vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal in het gebied. De oude vijzel (pomp) is vervangen door een visvriendelijk exemplaar. Hierbij is de instroomzijde zo vormgegeven dat schade aan vissen wordt voorkomen.
Het oude gemaal Vuylcop-Oost is volledig vervangen. Het oude vijzelgemaal is gesloopt, het stelsel van watergangen is gewijzigd en er is een nieuw gemaal gebouwd. Dit nieuwe gemaal is grotendeels onder de grond geplaatst. Gemaal Vuijlcop-Oost regelt de waterstand in de 224 hectare grote polder Vuylcop. De waterstand in deze polder is lager dan in het Amsterdam-Rijnkanaal. Overtollig water kan daarom niet via een stuw worden geloosd, maar moet worden opgepompt en afgevoerd naar het Amsterdam-Rijnkanaal.
De aanleg van de vispassage is een belangrijke ecologische maatregel, waardoor zowel de visstand in het Amsterdam-Rijnkanaal als in de poldersloten verbetert. Daarmee leveren provincie, Rijkswaterstaat en waterschap een bijdrage aan de Europese eis om migratieknelpunten voor vissen op te heffen. Ieder heeft een derde van de kosten voor zijn rekening genomen. Tijdens de opening werden deze overheden vertegenwoordigd door hoofdingenieur-directeur Karin Visser van Rijkswaterstaat, gedeputeerde Joop Binnekamp van de Provincie Utrecht en dijkgraaf Patrick Poelmann van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.