HDSR

Zoeken

Deelprogramma Veiligheid

De huidige veiligheidnormen van de dijken stammen uit de jaren zestig en zijn gebaseerd op de kansdat een waterstand optreedt waarop een dijk niet is berekend. Deze normen zijn niet meer in overeenstemming met de mogelijke gevolgen van een overstroming. Dat komt omdat ons land steeds dichter bevolkt is en een steeds hogere economische waarde heeft. Ook zijn de normen alleen bepaald voor de hoogte van de dijk, terwijl we inmiddels weten dat ook de sterkte van belang is voor de kans op overstromingen.

In het deelprogramma Veiligheid worden daarom nieuwe veiligheidsnormen ontwikkeld.

De uitgangspunten voor de nieuwe veiligheidsnormen zijn:

  • iedereen die in Nederland achter een dijk woont, kan rekenen op een basisveiligheidsniveau.
  • aanvullend op de basisveiligheid wordt gericht geïnvesteerd in extra bescherming van gebieden waar overstroming leidt tot grote maatschappelijke ontwrichting (door grote economische schade en/of grote groepen slachtoffers).

Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de gevolgen van een overstroming voor de infrastructuur.

In de loop van 2014 zullen uitgewerkte voorstellen voor nieuwe normen worden gepresenteerd en besproken in de Tweede Kamer.

Regioprocessen

In regioprocessen worden de consequenties van de nieuwe normen voor de verschillende dijken onderzocht. Het gebied van ons waterschap komt aan de orde in het regioproces Nederrijn-Lek.

Bij dit onderzoek wordt gewerkt met analysenormen. Voor de dijkringen 15 en 44 bedraagt de analysenorm 1/10.000. Voor dijkring 44 onderzoeken we ook de consequenties van de norm 1/40.000.

Een voorlopige conclusie van dit onderzoek is, dat op ongeveer de helft van het traject maatregelen nodig zijn. Daarbij moet de dijk vooral breder (sterker) en niet zo zeer hoger worden.

Centraal Holland

In het regioproces wordt ook aandacht besteed aan het project Centraal Holland, waarbij het gaat om het verbeteren van de veiligheid van dijkring 14. De oplossing wordt hier onder andere gezocht in het versterken van de Lekdijk en het opheffen van de niet-direct kerende primaire waterkeringen aan de noordzijde van de Hollandse IJssel en de westzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal. Met een veel kleinere ingreep kan dan dijkring 14 aan de norm voldoen. Bovendien worden ook dijkring 15 en 44 beter beschermd.

Meerlaagsveiligheid

Bij waterveiligheid kijkt het deltaprogramma niet alleen naar de dijken. Het gaat uit van het concept Meerlaagsveiligheid. Laag één, bescherming tegen overstroming doordijken en duinen, vormt de belangrijkste laag. Wanneer toch een overstroming optreedt, kunnen met maatregelen in de ruimtelijke inrichting (de tweede laag), de gevolgen van overstromingen beperkt worden. De derde laag zijn de maatregelen in de rampenbeheersing, bijvoorbeeld voorlichting over wat te doen bij overstroming en evacuatieprogramma’s. Hoe kijkt een bestuurder tegen vitale infrastructuur aan ? Hoe gaat men om met VI en hoe vindt het z’n weg in de uitvoering van beleid? Bekijk de presentatie die dijkgraaf Patrick Poelmann hield op het Symposium Meerlaagse Veiligheid.